Hoe en
wanneer verschillende soorten van de wilde kat precies
huisdier werden, is moeilijk te achterhalen. Misschien
leefden katten al meer dan 10.000 jaar geleden in
landbouwnederzettingen in het Midden-Oosten. Afdoend bewijs
is bekend uit het oude Egypte omstreeks 2000 v. Chr.
Zijn waarschijnlijke
voorouders zijn te vinden in de 23 soorten, echt wilde
katten, die overal ter wereld
voorkomen. Na vele kruisingen
en inteelt blijft een aantal over, dat kan worden beschouwd
als de voorouders van de kat zoals wij die kennen. Hiertoe
behoren ook de gouden kat, de luipaard, pallas kat en de
woestijnkat.
Maar de voornaamste inbreng
heeft wel de Afrikaanse wilde kat (Felis lybica) die een
zuidelijke uitgave is van de wilde boskat (Felis silvestris)
die
in Europa voorkomt.
Felis Lybica (Afrikaanse wilde
kat)
Felis chaus (jungle- of moeraskat)
Terwijl de Afrikaans wilde
katten strepen of vlekken hebben, lijkt de junglekat meer op
een abessijn, zonder tekening op zijn lijf.
Als een Europese of
Afrikaanse
wilde kat wordt gekruist met
een huiskat behouden de jongen meestal hun wilde inslag
en gedragen zich als kleine
vuurballen, terwijl
de jongen van een kruising
tussen
junglekatten en huiskatten
wel hanteerbaar
zijn. Dit aspect van de
junglekat zal mogelijk
een rol hebben gepeeld in de beginperiode van
de domesticatie van de Afrikaanse wilde kat
Hoewel in andere landen hier en daar wel eens
overblijfselen van katten gevonden zijn neemt
men toch aan dat de huiskat
zijn oorsprong heeft in Egypte.
Het lijkt
er dus op dat de Abessijn één van de oudste directe
afstammelingen is van de huiskat. Het is de kat die grote
overeenkomst vertoont met de Felis chaus.
'Child
of the Gods' - een godskind,
noemde Sidney Denham de Abessijn, waarmee hij zijn
bewondering onderstreepte voor deze betoverende, levende
beelden van de katten uit het oude Egypte. En evenals deze
godeskinderen van Bastet, is inderdaad ook de huidige
Abessijn een nakomeling van de Nubische blonde, zg. Gele
Kat.
Gr.Int.Pr.Obelix van de Spinnekopjes (Basteth)
Toen de mens van nomadische jager landbouwer werd, moest hij
zijn voedselvoorraden tot de volgende oogst beschermen. Het
graan werd opgeslagen in voorraadschuren, die echter niet
volledig veilig waren tegen ratten en muizen die door de
kleinste kieren kropen. Op zoek naar voedsel moeten wilde
katten steeds in de nederzetting zijn beland, op jacht naar
de talrijker wordende muizen en ratten. De mensen moeten al
snel hebben gemerkt dat katten als knaagdierdoder en
beschermers van graanvoorraden uiterst nuttig waren. Anders
dan honden, die al veel eerder waren gevonden en gebruikt,
waren katten bijzonder bruikbaar omdat ze juist 's nachts op
jacht gingen, op het tijdstip waarop ratten en muizen zich
aan de voorraden vergrepen. De boeren jaagden de katten niet
weg, maar moedigden ze aan te blijven. Zo
kwam de band tussen kat en mens tot stand.
De kat paste toch al goed in de Egyptische godenwereld, waarin
allerlei dieren werden vereerd. De kat werd het symbool van de
vruchtbaarheid, in de persoon van de kattengodin "Bastet".
Katten werden aanbeden en vertroeteld en vereeuwigd op fresco's
en in beeldhouwwerken. Wie een kat schade toebracht, kreeg een
zware straf. Op het doden van een kat stond de doodstraf. Voor een gestorven kat gingen mensen in de rouw en om hun
verdriet te tonen, schoren ze hun wenkbrauwen af. Katten werden
gemummificeerd en met veel ceremonieel bijgezet in vaak fraaie
omhulsels van brons of hout.
Al die goddelijke verering had echter ook nadelen. Inmiddels is
duidelijk dat katten ook in grote getale als offergave werden
gedood. Archeologen vonden enorme grafvelden, zoals die van Beni
Hassan, waar meer dan 300.000 geofferde katten lagen begraven.
Zeereizen Ook zeelieden moeten hun voedselvoorraden beschermen tegen
ongedierte. Daarom namen ze katten aan boord. Verondersteld
wordt dat de Grieken en Feniciers zo rond 1000 voor Chr. als
eersten huiskatten naar het Midden-Oosten, wat nu Italië is,
brachten. De huiskat verspreidde zich langzamerhand over heel
Azië en Europa. Doordat ze nog steeds aan boord van schepen
werden genomen, bereikten ze ook de Nieuwe Wereld toen rond 1600
ontdekkingsreizen en handel steeds belangrijker werden.
Europa Aanvankelijk waren katten in Europa zeer geliefd. De
Romeinen beschouwden ze als het Symbool van de vrijheid en de
beschermer van huis en haard. Als "heidense" vruchtbaarheid
symbolen waren ze in het vroegere christendom echter niet
populair. Daarom werden huiskatten in Engeland in de 14e eeuw
beschouwd als Symbool van het kwaad. Men bracht ze in verband
met hekserij en de duivel. Honderdduizenden katten werden levend
verbrand, waarbij de kerk dat aanmoedigde en zelf het voorbeeld
gaf. Toen katten daardoor zeldzaam werden, nam het aantal ratten
explosief toe. Dit vormde een van de oorzaken van de
pestepidemie van 1334. De "Zwarte dood" waarde door heel Europa.
Mensen werden dodelijk besmet met deze ziekte door
rattenvlooien. Het besef groeide dat de kat bij het onderdrukken
van knaagdieren een belangrijke factor was, met het gevolg dat
het aantal huiskatten weer toenam. Tegen het eind van de 17e
eeuw was bijna elk huis in Frankrijk voorzien van een
kattenluikje en de geliefde huiskat kon komen en gaan, zoals hem
of haar dat uitkwam.
Maar hoe zit het met de abessijn:
GESCHIEDENIS
De abessijn is één van de oudste bekende rassen, waarbij er
enige discussie bestaat betreffende het “ontstaan” van dit
ras. Het is in zijn algemeenheid op te splitsen in 3
verhalen. Het eerste verhaal betreft Zula, een kat die door
de Engelsen gelegerden meegenomen is uit Abessinië
(voormalig Ethiopië) d.d. mei 1868 en in Engeland aangekomen
in eigendom kwam van mevr. Captain Barret-Lennard. Een foto
hiervan is gepubliceerd in het boek van Gordon Stables
gepubliceerd in 1874: ‘Cats, Their Points, and
Characteristics…..’
Helaas is er geen bewijs te vinden dat de eerste
geregistreerde abessijnen afstammen van deze uit Abessinië
geïmporteerde ticked katten.
Het andere verhaal is gebaseerd op een recent DNA onderzoek
op basis van een kat uit het Nationaal Natuurhistorisch
Museum Naturalis te Leiden. Deze kat is rond 1834-1836
beschikbaar gekomen van een importeur (VOC schip) van kleine
wilde katten en kwam van de Oost-Indische kust, een heel
ander continent dus. Deze kat, bekend als "Frank's Aby",
heeft de kenmerkende ticking van een Abessijn, wat de
recente wetenschappelijke onderzoeken betreffende de
oorsprong van "getickte" katten, lijkt te onderschrijven
Het laatste algemeen bekende verhaal betreft een
ontstaansgeschiedenis van dit ras in Engeland. Daar werd
begonnen met een groep katten (British Shorthairs) waarvan
de hoofdmoot een ticked vacht had. Echter de hoofdkleur was
een zilverachtige grondslag, vandaar ook namen als;
Aluminium en Silver Fairy. Na verloop van tijd werd er een
rode kat gebruikt om een warme kleur te doen laten ontstaan
in tegenstelling tot het ‘koude’ zilver. Zo rond 1900 werden
er al aby’s vanuit Engeland geëxporteerd naar de Verenigde
Staten.
Erkenning
Eind 19e eeuw (1874) werd een eerste -officieuse-
standaard opgesteld en in 1882 volgde erkenning van de
wildkleur Abessijn. In 1889 werd de eerste officiële
standaard vastgesteld door Harrison Weir. Opvallend
daarbij is dat die standaard eigenlijk maar betrekkelijk
weinig afwijkt van de huidige standaard. Wel zijn er
hier en daar de nodige zaken inmiddels veel duidelijker
omschreven, waardoor het verschil groter lijkt dan het
in wezen is. Ook zijn er tegenwoordig meer kleuren
erkend.
In 1871 was de eerste kattententoonstelling in het
Crystal Palace –in Londen- en daar werd ook de Abessijn
geshowd.
In 1937 kwam het eerste abessijnse poesje naar Nederland
haar naam Selesdune Buntibou gekocht door mevr.
Kreunen-Mees.
Door de 1e en 2e wereldoorlog is
pas in 1960 met het fokken van abessijnen in Nederland
begonnen, pioneerster was o.a. mevr. Falkena Röhrle (cattery
Mariëndaal)
Ras standaard van de abessijn :
afgeleid van de
GCCF-standaard
De Abessijn is een harmonieus gebouwde kat van
gemiddelde grootte. Het middelslanke lichaam is soepel
en gespierd en heeft een glad aanliggende vacht met een
duidelijke ticking.
KOP
Alle lijnen van de kop zijn afgerond, vooral het
voorhoofd. Doordat de schedel breed bij de oren is en
het snuitje afgerond, heeft de kop een gematigde wigvorm.
De kaaklijn vertoont een lichte onderbreking. Bij
volwassen katers zijn katerwangen toegestaan Belangrijk
in het profiel is de lichte glooïng bij de neus brug;
een dopje op de neus is ongewenst. Volle en stevige kin.
Elegant gebogen nek.
OREN
De grote oren zijn wijd uit elkaar geplaatst en zetten
de lijnen van de wig voort, ze wijzen iets naar voren.
De oren hebben een diepe schelp, met een goed behaarde
binnenrand. Oorpluimpjes gewenst.
OGEN
Grote,licht amandelvormige ogen, wijd uit elkaar en
schuin geplaatst.
OOGKLEUR
Heldere diepe tint amber, hazelnoot of groen.
LICHAAM
Middelgroot, vrij slank, maar goed gespierd soepel
lichaam met een horizontale ruglijn
POTEN en VOETEN
Slanke, elegante poten in goede verhouding tot het
lichaam. Kleine, ovale voeten.
STAART
Vrij lang, breed aan de basis en geleidelijk smaller
toelopend. .De punt van de staart reikt, wanneer de
staart langs het lichaam gehouden wordt, tot vlak achter
de schouders.
VACHTSTRUCTUUR
Korte glad aanliggende vacht, fijn van structuur maar
niet zacht.
Duidelijke ticking met tenminste 4 kleurbandjes (dubbele
ticking) De abessijn is een kat met een ticked tabby
patroon in de vacht, de ticking wil zeggen dat iedere
haar een bandering heeft met afwisselend donkere en
lichte bandjes.
De haarwortels zijn in de grondkleur en de haarpunten in
de genetische kleur. Gepigmenteerde lijnen in de
genetische kleur van de binnenste ooghoek naar de
bovenkant van de kop en ook van de buitenste ooghoek
naar de rand van de oren.
Het haar rondom de ogen is licht gekleurd en de
ooglidranden hebben de genetische kleur.
De oren zijn donkerder bij de oorpunten en bij voorkeur
lichter in het midden (duimafdruk). Kin, lippen en
neusvleugels in de grondkleur of crème, wit is
ongewenst; overige witte aftekeningen, zoals b.v. een
medaillon, niet toegestaan. Er loopt bij voorkeur een
lijn in de genetische kleur van de achterzijde van de
kop, over de ruggengraat en de staart waar hij overgaat
in een effen punt van dezelfde kleur (aalstreep). Deze
zelfde kleur loopt vanaf de tenen tot de hiel
(laarsjes).
Géén zware gesloten
halsband, strepen of andere aftekeningen toegestaan,
alleen een vage gebroken halsband of vage streepjes op
de poten.
KLEURSLAGEN
wildkleur
(genetisch zwart)
kleurimpressie diep groeiend warmbruin
ticking zwart
grondkleur warm donker abrikoos kleurig
neusleer steenrood, zwart omrand
voetzolen zwart
sorrel
kleurimpressie diep koperrood
ticking warme
kaneelkleur
grondkleur warm abrikoos
neusleer roze, kaneelkleurig omrand
voetzolen zalmroze
chocolate
kleurimpressie diep warmbruin
ticking
chocolate
grondkleur warm donker abrikoos
neusleer roze, chocolate omrand
voetzolen rozebruin
blauw
kleurimpressie blauwgrijs met zachte warme gloed
ticking
staalblauw
grondkleur havermoutkleur
neusleer roze, staalblauw omrand
voetzolen blauw
LiIac
kleurimpressie roze-achtig duifgrijs
ticking liIac
grondkleur lichtbeige
neusleer roze, liIac omrand
voetzolen oud-roze
fawn
kleurimpressie warm zandkleurig
ticking zandkleur
grondkleur licht beige
neusleer roze, licht zalmroze omrand
voetzolen zalm-roze
rood
kleurimpressie warm oranjerood
ticking
dieprood
grondkleur oranjerood
neusleer roze,
voetzolen roze
Creme
kleurimpressie licht creme
ticking creme
grondkleur licht creme
neusleer roze,
voetzolen roze
ZILVERS
Alle toegestane kleuren
Voor de zilvers geldt:
De grondkleur is zilverwit. De ticking heeft de
genetische kleur. Het geheel geeft een sprankelend
effect.
Niet alle kleuren zijn bij alle verenigingen erkend